dinsdag 30 augustus 2011

De fitness cultuur en de visie van FitFirst

De maatschappij  word steeds ongezonder, het is dus niet gek dat er veel vraag en aandacht  is voor ‘gezond’ worden.  Maar wees gewaarschuwd! Je bent namelijk niet de eerste die  vol enthousiasme een pittig geprijsd jaar- abonnement afsluit in een fancy sportcentrum, met het idee om wel 3x in de week  te gaan sporten  en vervolgens al na enkele maanden afhaakt wegens gebrek aan motivatie.

Fitness is dan wel geëxplodeerd tot een van de meest beoefende sporten, de cijfers van de uitvalspercentages zijn alles behalve fraai.  40% stopt namelijk al binnen 3 maanden. Dit fenomeen heeft alles te maken met verkeerde verwachtingen,  mensen  staan er niet  bij stil dat de effecten die zij nastreven niet zo snel zichtbaar zijn als dat zij hadden gedacht.  In de praktijk moet  er  een paar maanden, hard, frequent en goed getraind  worden voor  een geslaagd resultaat.  Dit punt is vaak onderbelicht  in de verkoopstrategie die sportcentra hanteren.

Het lijkt gemakkelijk maar fitness is alles behalve simpel.  De kunst is om een zo groot mogelijk rendement uit je oefeningen halen en daar is een niet te onderschatten kennis voor nodig. Kennis om precies het goede trainingsniveau vast te stellen,kennis over oefenstof, kennis over valkuilen en kennis over het uitvoeren van houdingen tijdens het trainen. Als je een oefening doet in een verkeerde houding is deze meestal direct nutteloos, en dus verloren tijd.  Als je een doelstelling nastreeft die niet reëel is kun je wachten op motivatie problemen. Gebruik je oefenstof die niet bij je past, dan liggen er blessures op de loer. Conclusie er moet dus heel veel kloppen voor uiteindelijk resultaat. Met al deze wetenschap denkt  FitFirst actief na hoe fitness eerlijk en effectief aan te kunnen bieden en dat te vertalen in een specifieke werkwijze.

Onze visie over wat er nodig is om het juiste trainingsniveau vast te stellen, onze visie over  hoe bewegingen geïnstrueerd en uitgevoerd moeten worden en onze visie over hoe je sporters  gefundeerd voorlichting geeft bepaald welke mensen hier werken. Wij hebben bewust gekozen om te investeren in kwaliteit van het personeel om de kans op het behalen van succes van de sporter te vergroten, en vroegtijdig uitval te verminderen.

Studie over effectieve oefenstof heeft geleid tot de inrichting van de sportzaal. Zo vinden wij dat circuittraining 1 van de beste en meest toegankelijke methodes is voor algehele gezondheid en kracht. Wij hebben dan ook apparatuur speciaal voor circuittraining geplaatst.  Ook is bewezen dat functioneel trainen, zoals het ook vroeger was,  met bijvoorbeeld eigen lichaamsgewicht, dumbells, stangen  en medicijn ballen vele malen effectiever is dan altijd trainen op high tech machines daarom is er bij ons veel vrije oefenruimte en veel los oefenmateriaal beschikbaar. Wel vinden we dat enkele basis machines nuttig zijn voor de onervaren of geblesseerde sporters en ook die hebben wij in ons assortiment. De oefenzaal van FitFirst is dusdanig ingericht om trainen op elk niveau zo effectief mogelijk aan te kunnen bieden, maar minstens zo belangrijk is dat er voldoende mogelijkheden en ruimte is voor gevarieerde en  uitdagende oefeningen, zo wordt trainen nooit saai.

Over saai gesproken speciale aandacht voor het creëren van een aantrekkelijke omgeving is in onze opinie noodzaak. Belangrijk pluspunt vinden wij een setting die zowel voor de instructeurs  als de sporter overzichtelijk is met  een systeem  waarbij de sporter steeds weer wordt verwacht.  Als relatief kleinschalig centrum sturen wij bewust op een groot‘wij’ gevoel, om het effect van de band tussen sporter en mensen in sportomgeving zo krachtig en aantrekkelijk  mogelijk te maken.

In onze visie staat de wil om sporters een positieve fitnesservaring op te laten doen en hem of haar  voor de valkuilen van de hypermoderne fitness ‘cultuur’ te behoeden centraal. De binding met onze leden zit hem dan ook in onze werkwijze en niet in een pittig geprijsd  jaarabonnement. 

Deze tekst is geschreven door Nancy van der Hoek ( fysiotherapeute en Cesar therapeute) eigenaar van FitFirst beweegcentrum en verantwoordelijk voor het gedachtegoed en implementeren van deze  visie.

vrijdag 29 juli 2011

Kunstgras vs Natuurgras: Hoe zit dat met blessures?

Voetbal is een populaire sport die wereldwijd beoefend wordt, maar helaas ook een hoog blessure risico kent. Steeds meer voetbalverenigingen gaan over op het spelen op kunstgrasvelden. Sinds de introductie van kunstgras zijn er veel discussies over een mogelijke toename van bepaalde voetbalblessures. Is dit nu ook zo?

De voordelen van kunstgras ten opzichte van natuurgras is dat er op kunstgras altijd kan worden gevoetbald. Men is niet meer afhankelijk van de weersomstandigheden. Het ‘gras’ is altijd even hard. De omstandigheden van de ondergrond zijn hierdoor bij iedere wedstrijd en training hetzelfde.

In eerste instantie dacht men dat een andere spelstijl op kunstgras mogelijk tot meer blessures leidt. Daarom heeft men verschillende wedstrijden geanalyseerd om te kijken of er inderdaad een verschil is qua spelstijl op kunstgras in vergelijking met natuurgras. Zo heeft de FIFA alle thuiswedstrijden van SC Heracles (kunstgras) en FC Utrecht (natuurgras) geanalyseerd. Daarbij werd o.a. gekeken naar loopafstand, loopacties, aantal passen, aantal slidings en technische aspecten. Zowel het onderzoek van de FIFA als een ander onderzoek geven weer dat er geen significante verschillen zijn tussen de spelstijl op natuurgras/kunstgras qua loopafstand, loopacties en technische aspecten.
Wel werden er minder slidings uitgevoerd op kunstgras  en het aantal passen op een kunstgrasveld lag hoger. Dit laatste was een gevolg van een hoger aantal korte passen en dan vooral ter hoogte van het middenveld.

Ondanks deze kleine verschillen is de tevredenheidsfactor bij spelers over kunstgrasvelden lager dan bij natuurgrasvelden. Uit een onderzoek van de KNVB blijkt dat ruim de helft van de spelers in de veronderstelling verkeert dat kunstgras blessuregevoeliger is dan natuurlijk gras.

Er zijn verscheidene onderzoeken gedaan om te bepalen of het voetballen op kunstgras inderdaad tot meer blessures leidt. Oudere onderzoeken tonen aan dat dit voor de eerste generaties kunstgrasvelden inderdaad het geval was. De nieuwere generatie kunstgrasvelden zijn echter speciaal ontwikkeld in functie van voetbal. Uit recent onderzoek blijkt dat deze aanpassing succesvol is gebleken. Uit de recentere onderzoeken blijkt namelijk dat er niet meer kans is op een blessure bij het spelen op kunstgrasvelden. Bij een onderzoek ligt de het aantal blessures (blessures per 1000 uur sport)  gedurende een training voor kunstgras op 2,42 en voor natuurgras op 2,94. Bij wedstrijden ligt dit aanmerkelijk hoger, 19,6 voor kunstgras en 21,5 voor natuurgras, maar verklaarbaar gezien het competitiebelang. De verschillen tussen kunstgras en natuurgras zijn dusdanig klein dat ze niet significant zijn.  De overige recentere onderzoeken geven soortgelijke cijfers weer.

Er zijn echter wel verschillen in de soort blessures. Spelen op kunstgras vergroot de kans op enkelblessures en er ontstaan meer wonden, brandwonden en blessures door frictie. Bij spelen op natuurgras is de kans op spierblessures groter.

We kunnen dus stellen dat het spelen op kunstgrasvelden niet tot meer blessures zal leiden. Wetenschappelijk onderzoek toont immers duidelijk aan dat er geen significante verschillen zijn qua grootte van de blessurerisico’s tussen beide veldtypes. Het is wel belangrijk om te waarschuwen voor het dragen van aangepast schoeisel op ieder grastype, aangezien verkeerde schoentypes het risico op blessures kunnen beïnvloeden


Deze tekst is geschreven door Christiaan Vink (fysiotherapeut en master sportfysiotherapeut i.o)  werkzaam bij FitFirst beweegcentrum en o.a  gespecialiseerd in blessures binnen het voetbal.

zaterdag 16 juli 2011

Nieuw: hielpijn is te verhelpen met schokgolven!

Wanneer u zichzelf herkend in de titel kan het heel goed zijn dat u te maken heeft met een hielspoor. De pijn in de hiel begint langzaam, maar men gaat er pas wat aan doen als het letterlijk en figuurlijk niet meer is om uit te staan.

In de medische encyclopedie wordt het ‘Fásciïtis Plantaris genoemd maar in de volksmond beter bekend als ‘hielspoor’.  Onder de voet zit een peesplaat die met vezels aangrijpt op het hielbot, precies daar waar de peesvezels over gaan in de hak (verbinding) kan een irritatie gaan zitten als de peesplaat onder de voet voortdurend wordt uitgerekt en dus  aan het hielbot trekt.  De verbindingsvezels zullen daardoor steeds harder en pijnlijker worden. Blijft de rek aanhouden dan is er een kans dat de verbinding gaat verkalken. Het resultaat extra botvorming daar waar je precies met je gewicht op staat en het dus juist liever niet wilt hebben. Een eventuele irritatie aan deze peesplaat is goed in kaart te brengen met echografie.

                   Normaal echobeeld                           Echobeeld met een verdikte peesplaat
 
 
Tot voor kort was er nog geen optimale behandeling voor hielspoor. De maatregelen met betrekking tot rust, medicijnen, oefeningen, fysiotherapie, zooltjes en injecties zijn niet altijd succesvol gebleken.  Hielspoor is een peesprobleem  en zo zijn er nog een heel aantal ongemakken denk bijvoorbeeld maar aan een schouderpeesontsteking  of een tennisarm die ook moeilijk te behandelen zijn.  Daarom is men op zoek gegaan naar een nieuwe behandelmogelijkheid die wel effectief kan zijn bij deze moeilijk te genezen lokale peesproblematiek.

Met deze gedachte is ShockWave -therapie ontwikkeld, met behulp van een hoge druk compressor – worden er, -via een applicator, in hoog tempo schokgolven naar het pijnlijke weefsel gestuurd met de bedoeling verhard en pijnlijk weefsel te ‘vergruizen’ en de lokale stofwisseling en circulatie weer te normaliseren. De afgelopen jaren is gebleken dat ShockWave - therapie een veelbelovende behandelmethode is geworden met vaak een uitstekend resultaat na 4 tot 5 behandelingen ook bij hielspoor.

In de praktijk wordt gezien dat ShockWave- therapie in normale omstandigheden de ergste pijn in de hiel weet te doorbreken en dat is fijn.  Vanaf dat moment is het van belang om met behulp van een therapeut na te gaan hoe de hielspoor heeft kunnen ontstaan en hoe deze in de toekomst te voorkomen.  Want het beste resultaat haal je niet met ShockWave alleen, maar bijvoorbeeld uit een combinatie van ShockWave- therapie met  oefeningen om het looppatroon te verbeteren of corrigerende zooltjes.  Dit kan voor iedereen verschillend zijn. 



Deze tekst is geschreven door Nancy van der Hoek ( fysiotherapeute en Cesar therapeute)  werkzaam bij FitFirst beweegcentrum en o.a  gespecialiseerd in de behandeling van voetklachten met schokgolven.