maandag 2 september 2013

Wat is sportspecifieke revalidatie?


Elke sporter krijgt er mee te maken, blessures. Of het nu gaat om een gescheurde hamstring, verrekte enkelbanden of een nieuwe kruisband, je wilt natuurlijk het liefst zo snel mogelijk weer je sport kunnen uitvoeren. Sportspecifieke revalidatie kan je helpen om dat doel te bereiken. Maar wat is nu precies sportspecifieke revalidatie? En waarom zou je daarvoor kiezen?

 Sportspecifieke revalidatie moet als specialisatie worden gezien na/naast het primaire herstel. Na een blessure is het niet voldoende als een sporter hersteld is op “normaal” niveau. Het vaak gegeven advies van “ga het maar weer is even proberen” is onvoldoende en leidt er vaak toe dat de sporter weer opnieuw geblesseerd raakt. Voor het herstel van een sporter moet er extra aandacht gegeven worden aan de specifieke bewegingen en belasting die het sporten met zich mee brengt. Belastingen tijdens het sporten zijn immers vele malen hoger dan het dagelijkse leven. Hier moet dus ook op getraind worden. Bij sportspecifieke revalidatie wordt door actieve training de sporter weer terug gebracht naar het oude sportniveau. Naast basale loop- en conditietraining wordt er aandacht besteed aan sportspecifieke belasting m.b.t. kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen, snelheid en coördinatie.

verschil reguliere fysiotherapie i.v.m. sportfysiotherapie

 Bij sportspecifieke revalidatie wordt er in eerste instantie een sportspecifieke analyse gemaakt. Voor ieder niveau waarop gesport wordt en voor iedere soort sport is de analyse uiteraard verschillend. In deze analyse komt naar voren welke energiesystemen (conditie), spieren , gewrichten en bewegingen belangrijk zijn om de sport weer te kunnen uitvoeren. Aan de hand van de blessure en de sportspecifieke analyse wordt een individueel trainingsschema opgesteld. Alle elementen (snelheid, kracht, uithoudingsvermogen, lenigheid en coördinatie) worden verantwoord opgebouwd zodat je weer zo snel maar ook zo verantwoord mogelijk op het gewenste (wedstijd)niveau bent.

 De sportsspecifieke revalidatie wordt gegeven door een sportfysiotherapeut. De sportfysiotherapeut is een fysiotherapeut die na de opleiding tot fysiotherapeut een Professional Masteropleiding tot sportfysiotherapeut heeft gevolgd. Tijdens deze studie heeft de sportfysiotherapeut veel extra kennis opgedaan  over o.a. de inspanningsfysiologie, trainingsleer, preventie en behandeling van (sport) blessures. 

Deze tekst is geschreven door Christiaan Vink, Sportfysiotherapeut bij FitFirst beweegcentrum en verantwoordelijk voor de afdeling Sportfysiotherapie. Naast behandeling van (sport)blessures ontwikkelt Christiaan nieuwe diensten voorzien van de nodige wetenschappelijke kennis gecombineerd met praktische toepasbaarheid en ondersteund hij v.v. Groeneweg uit Zevenhuizen

woensdag 10 juli 2013

Vallen en weer opstaan!

Gaat uw kind niet graag naar buiten om lekker te bewegen met vriendjes? Valt het u op dat hij of zij vaker struikelt dan leeftijdsgenootjes of dat hij of zij op de tenen loopt? Dit zou best eens kunnen voortkomen uit een afwijkend looppatroon.

Hoeveel mensen zitten niet ongeduldig te wachten op de eerste stapjes van hun kind op de eerste verjaardag? En wat als dit niet gebeurd, met 1 jaar lopen en 2 jaar praten was toch de regel? Geen paniek, de eerste stapjes worden gemiddeld tussen de 11 en 14 maanden gezet en het echte los lopen gebeurt meestal tussen de 12 en 15 maanden.

Lopen leer je letterlijk door vallen en opstaan. De ontwikkeling van het lopen gaat niet bij ieder kind hetzelfde, ze hebben allemaal hun eigen manier. Bent u bang dat uw kind afwijkend loopt door een afwijkende stand in de benen, dan is het goed het volgende in gedachte te houden: als kinderen net gaan lopen, zie je meestal O-benen. Dit gaat vanaf een jaar of 2 à 3 over in X-benen en vanaf een jaar of 6 à 7 strekken de benen zich weer wat meer. Dit is de normale ontwikkeling van de benen van kinderen. Bent u toch bang dat het looppatroon of de stand van de benen van uw kinderen afwijkt, schroom dan niet om contact op te nemen met de kinderfysio- of kinderoefentherapeut, zodat wij hier met een deskundig oog naar kunnen kijken.

Het struikelen en vallen moet vanaf ±4 jaar wel afnemen. Als dit niet zo is, kunt u ook de hulp van de kinderfysio- of kinderoefentherapeut  inroepen. Een bemoeilijkt looppatroon kan verschillende oorzaken hebben en hier zal de therapeut dan ook altijd onderzoek naar doen. Zo kan er sprake zijn van een verstoorde balans, verkeerde stand van de voeten of onvoldoende spierkracht. Afhankelijk van waar het probleem vandaan komt, wordt er op een speelse wijze geoefend om het looppatroon te verbeteren. De behandeling bestaat uit verschillende oefeningen, die ook thuis uitgevoerd moeten worden.
Herkent u één van bovenstaande problemen bij uw kind, of vertrouwt u de ontwikkeling van het lopen of het looppatroon niet helemaal? Aarzel dan niet om een afspraak te maken bij de kinderfysio- of kinderoefentherapeut. Wij kijken er met een deskundig oog naar en kunnen uw kind helpen het plezier in bewegen weer terug te krijgen.

Deze tekst is geschreven door Eva Groeneveld, Kinderfysiotherapeut i.o. en Marenthe Mebius, Kinderoefentherapeut i.o., beiden werkzaam bij FitFirstbeweegcentrum en verantwoordelijk voor de afdeling Kindertherapie. Naast behandeling van Kinderen ontwikkelen zij nieuwe diensten binnen de Kindertherapie en Kinderfitness.

vrijdag 19 april 2013

Hoe kan je een pijnlijke nek tijdens het fietsen voorkomen?



Tijdens het wielrennen of mountainbiken kan nekpijn veel oncomfortabele momenten opleveren. Vooral bij langere ritten speelt dit probleem vaak op. Voor sommige is de pijn zo erg dat zij stoppen met wielrennen en/of mountainbiken.

De pijn wordt vaak veroorzaakt door triggerpoints in de nekspieren. Triggerpoints zijn spierknopen, met als oorzaak een zeer lokale kramptoestand in een spier door gebrek aan doorbloeding en zuurstof. Dit zijn vaak bobbeltjes of strengetjes en zijn ter plekke overgevoelig als je erop drukt, en kunnen vaak uitstralende pijn naar ander gedeeltes van het lichaam veroorzaken.

De fietshouding speelt een belangrijke rol in het ontstaan van deze spierknopen. De rug bevindt zich tijdens het fietsen in een gebogen positie. Om wel vooruit te kunnen kijken tijdens het fietsen moet de nek worden overstrekt. Deze langdurige overstrekking kan spierknopen in de nekstrekkers veroorzaken. Een fietshouding waarbij de afstand van zadel naar stuur te kort is en/of het hoogteverschil tussen deze twee te groot is veroorzaakt meer buiging in de rug waardoor je nek nog meer moet overstrekken om je blik naar voren gericht te houden. Ook een te lange zit (afstand tussen zadel en stuur te groot) kan leiden tot een toename in de spierspanning van de nekstrekkers. Het goed afstellen van de fietshouding is dus essentieel om nekpijn tijdens het fietsen te voorkomen.

Naast het goed afstellen van de fietshouding kan het helpen om je rompstabiliteit te trainen. Met een goede rompstabiliteit kan je langer je rug gestrekt houden en voorkom je dat de rug teveel gaat buigen en dus je nek minder hoeft te overstrekken.

Als sportfysiotherapeut die gespecialiseerd is in dynamische fietspositie analyses kan ik je eventueel helpen in het voorkomen of verhelpen van nekklachten tijdens het fietsen. De combinatie van een vraaggesprek, fysiotherapeutische testen en een fiets positieanalyse zal in veel gevallen de kern van het probleem opsporen en de benodigde handvatten geven om in de toekomst weer probleemvrij te kunnen fietsen en te blijven fietsen!


Deze tekst is geschreven door Christiaan Vink, Sport fysiotherapeut bij FitFirst beweegcentrum en verantwoordelijk voor de afdeling Sportfysiotherapie. Naast behandeling van (sport)blessures ontwikkelt Christiaan nieuwe diensten voorzien van de nodige wetenschappelijke kennis gecombineerd met praktische toepasbaarheid en ondersteund hij v.v. Groeneweg uit Zevenhuizen.